Deel 8: Greenwood & Indianola

13 juli, avond

Het wachten duurt nu wel heel lang. We beginnen het stilaan benauwd te krijgen. Het staat vast dat we kost wat kost hier willen overnachten. Zo’n mooie, rustige, idyllische plek zijn we nog niet tegengekomen. De gedachte aan een donker, grauw baanhotel lokt ons allerminst aan. Maar er komt maar niemand opdagen. Met onze telefoons kunnen we niemand bellen.

Het plan wordt gemaakt om naar de stad te trekken, er iets te eten (want zo laat is het ondertussen) en te telefoneren naar de verantwoordelijke van de keet hier. In centrum Greenwood vinden niets maar dan ook niets om te eten. Alles is dicht, voor altijd. Op de buitenring vinden we de ene fastfood keet naast de andere maar daar hebben we niet echt zin in. Uiteindelijk geven we ons gewonnen en belanden in een trieste, aftandse burgerkeet. Eén andere klant zit er nog. We spreken de man of we misschien kunnen telefoneren met zijn telefoon. We leggen de situatie en de man blijkt, o wonder, de eigenaar te kennen. Hij begint zelf wat rond te bellen en besluit de gesprekken door ons mee te delen dat er iemand onderweg is naar de Flats. Wij zeer blij.

Terug aangekomen aan de Flats brandt er licht in de shack waar we eerder die dag de auto zagen staan. We kloppen aan en een nors uitziende man doet open. We doen ons verhaal. De man blijkt de concierge maar heeft allerminst zin ons binnen te laten. Hij beslist dat we maar beter een hotel kunnen opzoeken. Maar zo snel laten we ons niet afwimpelen. We leggen uit dat de eigenaar naar hier onderweg is en dat we echt willen overnachten. De concierge telefoneert even waarop ons verhaal bevestigd wordt. De man draait helemaal bij en nodigt ons bij hem binnen uit in afwachting van de komst van de eigenares. Hij is naar de Tour de France aan het kijken en vraagt wat we willen drinken. Bjorn en ik opteren voor pils maar Alain ziet een whiskey wel zitten, een kleintje. De concierge lacht wat en schenkt een colaglas vol whiskey uit voor Alain. Wij monkelen stiekem. Na een half uurtje wordt aan de deur geklopt en betreedt een tandeloze vrouw de ruimte. Zij is dus de eigenares, mmm… Enfin de dame is vriendelijk, geeft ons de sleutel en zo snel we kunnen verlaten we het pand van de, ondertussen, wel erg opdringerige concierge.

Blij als kleine kinderen begeven we ons naar onze shack. We genieten met een Corona op de porch van de nacht, de rust en de omgeving. Dit is waar we naar op zoek waren. De muggen die ons aanvallen trachten we met een krachtige deet te verjagen.

De volgende morgen zijn we het eens dat we hier nog een extra nacht willen blijven. Effe relaxen mag wel. De afgelopen week zijn we non stop on the road geweest of bevonden we ons in een drukke stad. Dit hebben we wel verdiend.

We rijden naar Greenwood om ontbijt te zoeken, gelukkig vinden we nu redelijk snel wel iets dat ok is.

Dan is het tijd om een kerkhof te bezoeken. We zijn er al enkele keren gepasseerd maar nu wordt het tijd om Robert Johnson te bezoeken. We parkeren ons in de hitte aan de Little Zion Missionary Baptist Church.

De graven staan kris kras door elkaar, zijn in verval. Af en toe liggen er plastic bloemen bij.

Na een tijdje zoeken vinden we het eindelijk. Robert Johnsons graf. Robert Johnson wordt gezien als één van de belangrijkste en beste delta blues muzikanten die er ooit geleefd hebben. Zijn gitaarspel is buitengewoon. Keith Richards en Eric Clapton zijn maar enkele van de vele beroemde fans. Tijdgenoten herinneren zich dat hij aanvankelijk maar een matig muzikant was. Wanneer hij na maanden van de aardbodem verdwenen leek te zijn dan plots opduikt kan hij ineens waanzinnig goed gitaar spelen. de verhalen beginnen de ronde te doen. Het verhaal dat hij zijn ziel hou hebben verkocht aan de duivel op een kruispunt doet nu nog steeds de ronde.

In 1938 wordt Robert Johnson vergiftigd door een jaloerse baruitbater. Johnson zou met zijn vrouw hebben geflirt, om Robert Johnson een lesje te leren doet hij gif in Johnson zijn whiskey. Door het zwakke gestel van Johnson wordt het gif hem fataal. Ook waar Johnson begraven ligt zijn er vele speculaties. De man heeft zo maar even drie graven. Wegens recente getuigenissen gaat men er van uit dat het graf waar we nu bij staan het echte is. Of ten minste toch het kerkhof waar we zijn, de exacte locatie heeft men nooit kunnen vaststellen. Rond het graf staan allemaal, in onze ogen, prullaria, van een postkaart uit Nederland tot flessen Whiskey. Eigenlijk zijn het offers voor Johnsons geest. Voudou leeft in deze streken nog erg. Bjorn neemt zijn witte Stella en begin te spelen. Alain zet zich ernaast en begint op meegebracht bestek met het ritme mee te tikken. Het steeds terugkerende patroon werkt bezwerend. Ik raak lichtjes bevangen, als zal de hitte ook wel een rol spelen. Die heerlijke rif naast dat graf zorgt voor een ontroerend, mooi, inspirerend moment. Een absoluut hoogtepunt van deze reis. De rif zal later dit jaar uitgroeien tot het nummer Louisiana Hot wat de eerste single zal worden voor het op til zijnde 5de album van Eriksson Delcroix dat The Riverside Hotel zal gedoopt worden. Maar dat weten we allemaal nog niet daar aan dat graf.

We dralen nog wat onder de koelte van de bomen maar beslissen dan maar onze witte Chevy op te zoeken. We rijden nog even op en neer naar Indianola. Een 35 mijl van hier. Een eindje maar dat hebben we er voor over want Indianola is immers de stad verbonden met dé King of the blues, mr. BB King. We passeren Itta Bena, het dorpje waar King geboren werd als Riley B. King.

Alhoewel Mississippi bezaait is met bluesmusea zullen we tijdens de hele reis maar één museum bezoeken dat is dat van BB King in Indianola. Het is een vrij nieuw, zeer mooi opgebouwd en vormgegeven museum. Het hele levensverhaal van BB King komt aan bod. Er vallen vele voorwerpen uit Kings leven te bewonderen. Kostuums tot verschillende versies van zijn trouwe gitaar Lucille.

Vooral het ontroerende verhaal van BB King die eind jaren 60 zonder het vooraf te weten op een festival beland met een blank publiek. BB King raakt in paniek. zwarte muzikanten die voor een blank publiek spelen, dat kan toch niet. Het publiek reageert uitzinnig op BB King. Dit heeft hij nog nooit meegemaakt. BB King raakt sterk onder de indruk van dit legendarische optreden. Vanaf dan wordt het publiek van BB King enkel maar groter en diverser. Langzaam zal hij worden tot wat hij nu, enkele jaren na zijn dood, nog steeds is: de King of The Blues.

Na ons museum bezoek rijden we nog wat rond in Indianola. De rest van het stadje staat in schril contrast met het museum. Ook hier weer verval en armoede. We stoppen even bij Club Ebony gelegen in een armoedige buurt. Een Juke Joint waar BB King vroeger geregeld optrad. BB King zorgde ervoor dat de club kon blijven bestaan. Jammer is er op dit uur van de dag zeer weinig leven te bekennen.

‘s Avonds vinden we in centrum greenwood alsnog een behoorlijk restaurant. We laven ons aan specialiteit van de streek Fried Catfish. En dat het smaakte. ‘s avonds op the porch blijkt deet niet bestand tegen de muggen. We worden levend opgevreten door de beesten. De steken die ik deze avond oploop zal ik de rest van de reis met me meedragen…

Morgen trekken we verder zuidwaarts en willen we Natchez bereiken. Een wederzien met Ol Man River lonkt.

wordt vervolgd

uw popkenner

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.