Deel 5: Como

12 juli, namiddag

Met Elvis nog na neuriënd in ons hoofd verlaten we Memphis, Tennessee. We zoeken Highway 61op. Bob Dylan schreef er een klassieker over. Deze Blues Highway loopt recht door het land van de blues.Vanavond willen we één van de meest tot de verbeelding sprekende bluesstadjes bereiken: Clarksdale.

We rijden niet rechtstreeks want er is een plek waar ik met alle geweld voet aan de grond wil zetten. Een dorpje de naam amper waard maar dat zoveel muziekgeschiedenis bevat dat ik er heen moet. Como is the name. Als snel verlaten we Highway 61 en rijden oostwaarts.

Hill Country wordt het gebied genoemd rond Como. Dit licht heuvelachtig gebied ligt in het noordoosten van Mississippi. Het leidde gedurende decennia een behoorlijk geïsoleerd bestaan. De talent scouts die vanaf de jaren 20 het land afreisden om lokaal talent te spotten en op te nemen vonden blijkbaar hun weg niet naar Hill Country. Door hun isolement raakte de muziek die er gemaakt werd niet tot bij de rest van de wereld én de muziek die elders gemaakt werd raakte amper tot in het gebied. Dit maakte dat Hill Country een heel eigen muzikale taal ontwikkelde die nergens anders in Amerika te horen was. De muziek die er werd gemaakt was er repetitief en ritmisch. De Afrikaanse afkomst van de zwarte bewoners is in deze muziek erg hoorbaar. Het bezwerende, trance verwekkende karakter komt nog altijd voor in de voodoo muziek uit West-Afrika.

Het is dankzij muziekantroploog Alan Lomax die hier in de jaren 50 opnames kwam maken voor de Library of Congres met als missie zoveel mogelijk volksmuziek te bewaren voor het nageslacht dat de muziek niet definitief verloren is gegaan.

Het zijn vooral, de enkel in dit gebied voorkomende fife & drum bands die die typische Afrikaanse ritmes produceren. Een fife is een soort piccolo, in deze streek gemaakt van een hol stuk suikerriet. Fife komt oorspronkelijk uit de Angelsaksiche streken en werden door de Ieren en Schoten gebruikt in hun militaire fanfares. De muziek van de fife and drumbands is dus een mix van Afrikaanse ritmes en Europese marsmuziek. Enig in zijn soort.

Martin Scorcese gebruikte de muziek in zijn film Gangs of New York. Scorcese, muziekfreak zijnde, ging in zijn docu Feels Like Going Home op zoek naar de wortels van de blues. Hij kwam al snel uit bij de fife and drumbands en hun link met Afrika.

Ook Leendert Van der Valk die in zijn boek Voudou op zoek gaat naar de link tussen voudou en de hedendaagse muziek start zijn zoektocht niet toevallig in Como.

De bekendste muzikant uit de fife and drumwereld was Othar Turner uit Como.

Het is hij die een belangrijke rol speelt in Scorcese zijn docu. Wanneer Othar Tuner sterft in 2003 is één van de laatste beoefenaars van het genre verdwenen. Zijn, toen hij stierf 13 jarige, kleindochter Shardé Thomas zet als laatste der Mohikanen de met uitsterven bedreigde traditie verder.

Op het dorpsplein van Como wordt Othar Turner dan ook terecht herdacht met het typische blauwe infobordje dat historische bluesplekken markeert.

Op het plein staat ook nog een bordje voor Napoleon Strickland. Strickland was ook nog één van die grote namen uit de fife and drum traditie.

De Fife an drum bands worden nog elkaar jaar boven gehaald tijdens de jaarlijkse picnics die in Como plaatsvinden. Met de picnics wordt geld opgehaald voor het goede doel. Op 4 juli wordt tot nu toe, voor zolang het nog duurt, de traditie verder gezet.

Wij belanden in Como op 12 juli, schier te laat dus voor de picnic.

In de plaatselijke tweedehands zaak worden we hartelijk onthaalt door de blanke uitbaters. Ze staan er op dat we iets in hun gastenboek schrijven. Er komen immers niet alle dagen Europeanen langs. Of ze weten wat België is en waar het ligt is maar de vraag.

Over de fife and drum traditie kunnen ze me niet veel vertellen.

Toen Lomax hier eind jaren 50 aankwam wist hij niet wat hij hoorde. Zoiets had hij nog nooit gehoord. Op een dag maakte hij opnames op het terras van de Lonnie Young die samen met zijn broers een fife an drum band vormde. De buurman van Young speelde ook muziek. Wanneer hij hoorde dat er iemand bij Young aan het opnemen was nam hij zijn gitaar en ging bij zijn buur langs. Toen Lomax het gitaarspel hoorde was hij danig onder de indruk. Lomax ontdekte hier de man wiens naam de grootste bekendheid zal genieten in de Como muziekscene: Mississippi Fred Mcdowell.

McDowell wordt natuurlijk met een blauw bordje herdacht op het dorpslein.

Mcdowell speelde de bluesvariant van die repetitieve, bezwerende, ritmische muziek. Een genre dat bedacht werd met de naam Hill Country Blues. McDowell speelde slide gitaar en zal een grote invloed worden op vele muzikanten.

The Rolling Stones nemen diens You Got To Move op voor hun meesterwerk Sticky Fingers.

Ook bij ons zal Godtfather of the Belgian Blues Roland een versie opnemen alsook de heer Arno Hintjens.

Een andere grote naam uit de Hill Country Blues is Junior Kimbrough en ook R.L. Burnside zijn sound is enorm geïnspireerd door Fred McDowell.

Net als vele andere bluesmuzikanten zal Fred McDowell zijn leven lang in tweestrijd zijn. Moet hij kiezen voor de duivelse bluesmuziek of moet hij zich toch beter inlaten met de religieuze spirituals en gospels?

Net als vele andere muzikanten kan hij niet kiezen en beslist dan maar van beide walletjes te eten. God en de duivel, hand in hand.

Hij neemt samen met zijn vrouw een album op vol spirituals en later ook nog een album samen met het plaatselijk kerkkoor: The Hunter’s Chapel Singers. Ook deze uit Como afkomstige religieuze muziek kenmerkt zich door zijn repetitive, bezwerende ritmiek.

McDowell zal begraven worden op het kerkhof van The Hunter’s Baptist Chapel.

Ik had graag zijn graf bezocht maar de enige kerk die we in de piepkleine dorpskern zien is niet de juiste. Ik vermoed dat de uitbaters van de tweedehandszaak het graf ook wel niet zullen weten liggen. Het is trouwens al laat en we moeten nog een heel eind rijden naar naar Clarksdale. Ik laat het maar voor wat het is.

Ik heb jammer genoeg dus geen muziek gehoord in Como.

Ik heb nu in ieder geval een reden om nog eens terug te gaan naar Como! Op 4 juli dan wel! Voor de enige echte fife and drum picnic en als ik er dan toch ben bezoek ik natuurlijk ineens het graf van McDowell! En Turner, en Strickland…

De laatste muzikale afvaardiging uit dit onooglijke dorpje toert heden ten dage de wereld rond met hun muziek. Zij spelen de religieuze variant. Zijn zijn de enige echte opvolgers van de The Hunter’s Chapel Singers: The Como Mamas. En mamas zijn het!

Volgende week, 15 januari, spelen zij in de Roma in Antwerpen. U weet waar u mij die avond kan vinden.

uw popkenner

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.