Blackface

Ik ben me de voorbije weken wat aan het verdiepen in de geschiedenis van de zwarte muziek, naar aanleiding van een voorstelling die er zit aan te komen. Lezen, lezen, lezen…

Daar stootte ik op de geschiedenis van de zogenaamde “minstrel shows” waarin de al even zogenaamde “Blackface” een belangrijke rol speelde.

Dit stukje geschiedenis is van belang voor het ontstaan van jazz en blues. Jazz, we vieren dit jaar het honderdjarig bestaan. Hip hip hoera.

Een stukje geschiedenis gebaseerd op onvervalst racisme.

Nu Obama plaats heeft moeten ruimen voor een dwaas, een zot die niet verlegen zit om een racistische uitspraak meer of minder is het, vermoed ik, wel opportuun om dat stukje geschiedenis even in het daglicht te plaatsen.

De link met onze eigen zwarte piet ga ik nu even niet maken, die is immers al weer goed en wel in Spanje. Tegen oktober, november zal dit gespreksonderwerp toch weer naar boven komen.

Dat doet me er dan weer aan denken dat heel wat van de mooiste kunst ter wereld hun oorsprong vindt in of hand in hand gaat met heel wat minder fraaie gebeurtenissen als massamoord, plundering, slavernij.

Denk maar aan het Oude Rome met zijn prachtige bouwwerken, beelden. Datzelfde Rome bezondigde zich aan sadistische gladiatorengevechten, slavernijen, volkenmoorden.

Het Christendom schonk ons de mooiste schilderijen, beelden, kerken of ze nu gotisch of barok zijn. Heerlijke muziek van Gregoriaanse gezangen tot de Messiah van Handel. Het Christendom is echter ook verantwoordelijk voor plunderingen, veroveringsdrang, volkenmoorden van Afrika tot Amerika tot Azië. Of het nu de Middeleeuwse kruistochten of Afrikaanse kolonisaties waren.

Zo heeft ook de ontdekking en latere kolonisatie van Amerika geleidt tot volkenmoorden op de Indianen, invoeren van Afrikaanse slaven, afslachten van miljoenen bisons. De Verenigde Staten, een land gebouwd op de dood en verderf en onderdrukking, gesticht door hooghartige blanke Europeanen. In dat opzicht is Trump de perfecte belichaming van zijn natie. Maar de stichting van de VS met al zijn gevolgen heeft ook de grootste, populairste, meest verspreidde kunstvorm van de voorbije honderd jaar voortgebracht: de pop(ulaire)muziek met al zijn vertakkingen.

Aan de basis hiervan liggen dus onder meer de in racisme gedrenkte Blackface minstrel shows.

De oorsprong situeert zich ergens in de jaren 2O van de 19de eeuw. Ene Thomas Daddy Rice, een blanke entertainer, maakte zijn gezicht zwart met verbrande kurk en zong het lied Jump Jim Crow dat hij een zwarte man had horen zingen. Dit sloeg behoorlijk aan bij het blanke publiek. Hij kreeg als snel navolging.

In oorsprong maakten blanken hun gezicht zwart met verbrandde kurk, schilderden hun monden overdreven rood, zetten gekke hoedjes op! En verbeeldden de zwarte overdreven karikaturaal als goedlachs, dom,  zingend. Deze gezelschappen trokken heel het land rond met hun shows. We kunnen eigenlijk stellen dat dit lachen, spotten met de zwarten een manier was om angst voor de zwarten, een volk die ze niet begrepen, geen greep op konden krijgen te kanaliseren. De zwarte als ongevaarlijk en dom. Hier krijgen we natuurlijk een eerste kruisbestuiving. De blanke die de muziek van de zwarten zingt, al trekt die dat dan in het belachelijke.

Na de Burgeroorlog gebeurt iets wat helemaal van de pot gerukt lijkt. De slavernij is afgeschaft. Veel zwarten trachtten op een andere manier aan de kost te komen dan werken op de plantages. Zo komen ook zwarten in de Blackface Minstrel shows terecht. Al snel treden ook zwarten op als… Blackface. Ook zij schilderen hun gezicht zwart en stiften hun lippen rood.

Het is eigenlijk de schrijver Herman Melville die er als eerste in zijn roman Benito Cereno uit 1855 over verhaalt. Jaren voor de echte zwarte Blackface zijn opwachting zal maken.

De eerste grote zwarte Blackface artiest was Billy Kersand die in de jaren 80 van de 19de eeuw grote successen kende. Hij trad onder andere op voor queen Victoria. De rockliefhebber zal zijn portret kennen (de man met de drie biljartballen in zijn mond) van de plaat Exile On Main Street van The Rolling Stones.

Vele blackface acts trokken ook rond als onderdeel van de zogenaamde Medicine Shows. Rondtrekkende gezelschappen die met hun wagens in afgelegen dorpjes halt hielden om hun waar bestaande uit pillen, zalfjes en andere dubieuze producten aan de man te brengen. Om het volk te lokken namen ze ook artiesten mee die zongen, grappen vertelden, het volk vermaakten. Eén van die muzikanten die rondtrok met de Medicine shows was Gus Cannon, ook bekend als Banjo Joe. Zo werd hij ontdekt door een Paramount talent scout. Later zou hij ook nog opnames maken voor het label Victor waaronder volgend nummer.

Wanneer later de medicine shows hun medicinale karakter verliezen en Blackface acts aan populartiteit moeten inbinden begin eerste helft van de twintigste eeuw groeien deze rondtrekkende gezelschappen uit tot vaudeville gezelschappen. Een soort operetteachtige muzikale shows voor het volk. Eén van die muzikanten die rondtrok met de Medicine shows was Gus Cannon, ook bekend als Banjo Joe. Zo werd hij ontdekt door een Paramount talent scout. Later zou hij ook nog opnames maken voor het label Victor waaronder volgend nummer.

Het is in deze gezelschappen waar de eerste platenlabels, die zich gaan specialiseren in race records (zwarte muziek) in de jaren 20 van de twintigste eeuw, zwarte artiesten gaan zoeken om opnames te maken. Het zijn deze race records uit de jaren 20 die de basis gaan vormen voor blues, jazz en dus voor de latere popmuziek.

Het waren vooral de vrouwelijke artiesten die uit de vaudeville werden gehaald en die dankzij die opnames uitgroeiden tot de allereerste grote jazz en blues sterren.

Ida Cox onder andere wiens “Coffin Blues” nog aan de vaudeville herinnert.

Ook Ma Rainey, Alberta Hunter en Ethel Waters kwamen uit de vaudeville. Ma Rainey zal trouwens, ondanks haar succes, in het vaudeville circuit blijven optreden.

Wat betreft de Blackface… die zal ook nog zijn weg vinden naar radio, film en zelfs tv. De allereerste grote gesproken film uit 1927 The Jazz Singer heeft een Blackface als hoofdrol.

 

Met de opkomst voor de burgerrechten voor de Afro Amerikanen in de jaren 60 bloedden de Blackface minstrelsy helemaal dood.

Blackface zal ook zijn oversteek naar Europa maken. Op de Britse zender BBC zal zelfs tot eind jaren 70 The Black and White Minstrel Show worden uitgezonden. Lichtjes hallucinant maar waar.

Tot zo ver, beste lezer, dit beknopt stukje geschiedenis. Of hoe onderdrukking, racisme en spot mede de basis kan vormen voor de alomtegenwoodige popular music.

Gegroet,

de popkenner

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.