Atlanta

Een groot reiziger is er aan mij niet verloren gegaan. Ik ga al eens graag op pad maar verkies meestal toch om geen té lange trips te maken. Honkvast heet dat. Toch was ik vandaag op weg naar het plaatselijke gemeentehuis om een reispas aan te vragen. Dat wil meestal zeggen dat er een reis gepland wordt naar een land dat net iets verder ligt, dat net iets moeilijker bereikbaar is. Wel ja, dat klopt. Als alles goed gaat maak ik deze zomer een jarenlange droom waar. Ik trek naar The Deep South. Een roadtrip, een queeste, een bedevaart. Op zoek naar de wortels van onze hedendaagse muziek. Naar de bron van de blues, de jazz, de country. Historische plekken bezoeken, plekken waar het zo’n honderd jaar geleden allemaal gebeurde. Op zoek naar overblijfselen, restanten van een rijke cultuur gegroeid op een loodzwaar verleden. Ik neem gezelschap mee. Twee heren, twee muzikanten die in hun muzikale rugzak heel wat bagage hebben zitten aangaande dat verleden van jazz, country. Zij zullen mijn gids zijn niet enkel omdat ze samen reeds in deze streek rondtrokken. Een avontuur wordt het alleszins.

Landen zullen we in Atlanta doen. Een stad waar ik, ik moet daar eerlijk in zijn, weinig over weet. Ooit hebben hier de Olympische Spelen plaatsgevonden maar voor de rest… Muzikanten uit Atlanta? Sorry, weet ik weinig over… Nu, elke stad in de US heeft wel iets met muziek, dus Atlanta ook waarschijnlijk. Een kort Wikipedia bezoek leert met dat er een rijke hiphop/r’n’b scene is. De jongens van Outkast, Usher…

Wat mijn aandacht trok, zeker deze roadtrip indachtig, is de cd box die ik aanschafte met daarop muziek gebruikt voor, geïnspireerd door de geweldige docureeks American Epic. Over de opnames van die prille country, blues, folk. De box bevat 5 cd’s met opnames uit de jaren 20, op elke cd een andere regio belicht. Op cd 2 staat: Atlanta, The Origin of Field Recording. Aha, nu wordt het interessant.

Verder onderzoek dient zich aan.

In de jaren 20 ruimen akoestische opnames plaats voor een nieuwe uitvinding: de elektrische opname. Er moet niet langer gezongen worden in een hoorn, maar de microfoon zoals we die vandaag de dag nog steeds kennen maakt voor het eerst zijn opwachting. Opnemen werd een stuk minder complex. Er wordt zelfs verplaatsbare opnameapparatuur op de markt gebracht. Hierdoor hoeven er dus niet meer perse opnames in een opnamestudio te gebeuren.

Men is in staat om op weg te gaan en bij mensen thuis op te nemen. Om in afgelegen dorpjes, stadjes de apparatuur op te stellen en plaatselijke talenten op te nemen. Dit zijn de zogenaamde field recordings.

Alan Lomax zal later (jaren 40 – 50) in opdracht van the Library of Congress heel wat field recordings maken en zo heel wat muziek, genres voor het nageslacht bewaren.

Maar zover zijn we nog niet.

Vanaf halfweg de jaren 20 werd er dus niet meer alleen muziek, gespeeld door professionele muzikanten, opgenomen maar werden er ook opnames gemaakt van de muziek die de mensen thuis speelden wanneer ze ’s avonds na het harde werk even konden verpozen op hun porch. Muziek die werd gespeeld tijdens feesten, die weerklonk in de cafés, de juke joints, muziek gemaakt in de kerken, muziek gezongen op het veld.

De opnames van deze ‘volks’muziek bleken een schot in de roos. De mensen konden eindelijk naar hun eigen muziek luisteren. De platen werden massaal verkocht. Platen met genres als hillbilly, country blues, cajun.

Deze “field recordings” waren aanvankelijk een soort wanhoopspoging. Tegen tweede helft jaren 2O kwam de radio enorm opzetten. De mensen konden hun populaire muziek, hun Tin Pan Alley songs, hun vaudeville muziek vanaf nu op de radio horen. Waarom zouden ze nog geld betalen voor een plaatje waar per kant één lied van amper 3 minuten op stond.

De muziek die de mensen zelf thuis speelden werd natuurlijk niet op de radio gedraaid. Dat was de muziek waar de mensen hun hart echt sneller van ging slaan. Het was de muziek van hen zelf. Of het nu de blanke mijnwerkers waren met hun hillbilly muziek, of de zwarte landarbeiders met hun countryblues, of de Mexicaanse inwijkelingen met hun TexMex muziek, of de Franstalige Cajuns. Allen wilden ze hun eigen muziek aanhoren. Dat kon vanaf nu.

Massaal werden die platen verkocht.

Het belang van deze opnames valt niet te onderschatten.

Ze zijn van een enorm cultuurhistorisch belang én ze zullen van enorm belang zijn voor de verdere ontwikkeling van de hedendaagse populaire muziek.

Daar verschijnt ineens een zekere Ralph Peer. Peer verdient het om een apart artikel te krijgen. Hij speelt niet enkel een belangrijke rol in dit verhaal maar hij is onder meer de man achter de allereerste succesvolle Race record opname maar daarover later dus ongetwijfeld meer.

Ralph Peer zou dus ook de man worden achter de eerste succesvolle field recording, achter de eerste succesvolle opname van volksmuziek, folk music. In dit geval een hillbilly song. Zogenaamde old time music.

Muziek die generaties lang werd doorgegeven. Muziek waarin de migratie achtergrond van deze mensen nog duidelijk hoorbaar is.

De opname in kwestie vond plaats, en nu zijn we er, in Atlanta. Deze stad kan dus met de eer gaan lopen dat het daar allemaal is begonnen.

Ralph Peer bracht op vraag zijn opname apparatuur mee naar Atlanta om aldaar een zekere Fiddlin’ John Carson, afkomstig uit de Blue Rich Mountains, op te nemen.

Twee kantjes werden er opgenomen. The little old log cabin in the lane met op de andere kant het instrumentale lied The old hen cackled and the rooster’s going to crow.

500 exemplaren werden er geperst. Peer was er van overtuigd dat ze met de stock gingen blijven zitten. De 500 exemplaren vlogen echter de deur uit en als snel werd een nieuwe persing besteld.

Het is 1923.

Al snel zullen er meer field recordings volgen. De grote als de kleine labels zullen zich volledig op de markt storten;

Ralph Peer zal evolueren tot dé man die talent weet te spotten en op te nemen.

Hiermee is het begin gemaakt van het tijdperk der field recordings. Een tijdperk dat samenvalt met opnames én verspreiding van de volksmuziek uit de US of het nu om blues of country gaat.

Fiddlin’ John Carson is om de puntjes op de i te zetten niet de eerste “country” artiest die werd opgenomen. Een jaar eerder in 1922 maakte Eck Robertson, ook een fiddler, zijn eerste opnames. In New York, in een studio wel te verstaan. Hij wordt gezien als de allereerste country artiest die werd opgenomen.

Wat dan ook weer tot volgende opmerking leidt. Ruim 6 jaar eerder, in 1916, dames en heren, nam Don Richardson, in dat zelfde New York, “Arkansas Traveler” op. “Arkansas Traveler” dat nota bene ook tot de eerste opnames van Eck Robertson behoort.

In het geval van Don Richardson spreken we natuurlijk nog over akoestische opnames.

Na de opnames van achtereenvolgens Richardson, Robertson en Carson ligt de weg open naar het gouden tijdperk der Amerikaanse volksmuziek.

 

Atlanta heeft ook een verleden met blues muziek. In de jaren 20 was er zelfs een bescheiden scene. De zogenaamde Atlanta blues scene, of wat had je gedacht.

Belangrijkste figuur hier was Blind Willie Mc Tell. The Allman Brothers Band namen diens Statesboro Blues op, niet toevallig dus.

Blind Willie Mc Tell, de man waarover Bob Dylan zong “No one can sing the blues like Blind Willie McTell”. Dylan zelf zou ook enkele songs van Mc Tell opnemen als “Broke Down Engine” and “Delia”. Jack White zou “Three Women Blues” herwerken en “Lord send me an Angel” coveren met The White Stripes.

Blind Willie McTell wordt geboren in 1898 in een stadje in Georgia. Hij is van bij zijn geboorte zo goed als blind. Van in zijn tienerjaren verdient hij geld als straatmuzikant. Hij trekt van stad naar stad en belandt zo ook in Atlanta. In 1927 is daar Ralph Peer weer. Deze keer maakt hij opnames voor het grote label Victor. Straatmuzikant Blind Willie McTell wordt binnengehaald en maakt er zijn allereerste opnames.

De speelstijl van McTell valt grotendeels onder de zogenaamde Piemont blues stijl. Een op ragtime geënte speelstijl waarbij fingerpicking centraal staat. Blind Blake en de eveneens uit de Atlanta blues scene afkomstige Barbecue Bob staan er om gekend.

Blind Willie Mc Tell zal echter evenzeer de slidegitaar bespelen. Een techniek die dan weer vooral in de Mississippi Delta wordt beleid. Maar we beginnen op ons schema vooruit te lopen.

Blind Willie McTell is één van de weinige country blues artiesten die gedurende de jaren 30, 40 en 50 blijft optreden en opnemen. Rijk zal hij echter niet worden, straatmuzikant zal zijn lot tot aan zijn dood blijven. McTell zal net voor de zogenaamde folkrevival van eind jaren 50 begin jaren 60 sterven en dus niet meer kunnen spelen voor een nieuw, jong, vooral blank publiek wat voor heel wat country blues artiesten wel zal zijn weggelegd.

Atlanta is een grote stad, waar nog weinig sporen uit dat verleden te vinden zullen zijn. Lang zullen we hier waarschijnlijk niet blijven. Onze reis start pas en er zal nog zo veel te ontdekken vallen.

uw popkenner

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *